Philippe over een andere manier van bestrijden
Voor Philippe Veys is de toekomst van de rozenteelt helder: zo min mogelijk chemie, en uiteindelijk helemaal zonder. Als directeur en mede-eigenaar van Nini en Herburg Roses werken wij daar elke dag aan, samen met onze teams en partners, stap voor stap.
Al meer dan dertig jaar is Philippe actief in de bloemen- en vooral rozenwereld
Die jarenlange ervaring zorgt ervoor dat hij niet alleen goed weet wat er technisch mogelijk is, maar ook hoe veranderingen écht landen op de werkvloer. “Het gaat niet om snelle oplossingen,” zegt hij, “maar om keuzes die je volhoudt en steeds verder kunt verbeteren.” Vanuit die overtuiging werken we dagelijks aan een teelt die slimmer, zorgvuldiger en toekomstbestendiger wordt.
Chemisch en biologisch: wat is het verschil?
Binnen de teelt wordt vaak onderscheid gemaakt tussen chemische en biologische gewasbeschermingsmiddelen. Philippe legt het verschil helder uit. “Chemische middelen zijn synthetisch en worden in een laboratorium ontwikkeld. Ze zijn vaak breedwerkend en kunnen langer in bodem en water aanwezig blijven.”
Biologische middelen zijn anders van aard. “Die zijn gebaseerd op natuurlijke bronnen, zoals bacteriën, schimmels, plantenextracten of andere organismen,” vertelt hij. “Ze zijn meestal veel specifieker en richten zich vooral op de doelplaag. Daardoor zijn ze vaak minder belastend voor mens en dier.”
Waarom dit onderwerp zo’n belangrijke rol speelt
Dat Philippe zich hier al zo lang intensief mee bezighoudt, is geen toeval. “Ik werk al heel veel jaren in de bloemen- en rozenwereld en heb altijd een brede interesse gehad in dit onderwerp,” vertelt hij. Maar vooral: het leeft binnen het bedrijf. We zijn er met onze teams elke dag actief mee bezig en blijven continu zoeken naar verbeteringen. De ambitie is duidelijk.
We vinden dat we zo veel mogelijk van de chemie af moeten, met als uiteindelijk doel helemaal geen chemie meer.
We zijn hier al jaren actief mee bezig en hebben inmiddels al flinke reducties gerealiseerd. Samen met leveranciers werken we continu aan alternatieven, zoals biologische middelen en natuurlijke vijanden. Vooral bij plagen als spint en trips zien we dat de eindstreep steeds dichterbij komt.
Welke soorten gewasbeschermingsmiddelen zijn er?
Gewasbescherming kent verschillende vormen. Insecticiden worden ingezet om insecten te bestrijden die schade aan het gewas veroorzaken. Fungiciden helpen bij het beheersen van schimmelziekten zoals botrytis en meeldauw.
“Het is een breed speelveld,” zegt Philippe. “Juist daarom is het belangrijk om per situatie te kijken wat nodig is, en of er een alternatief mogelijk is dat beter past bij onze manier van werken.”
Stap voor stap richting een andere manier van telen
De aanpak bij Nini en Herburg Roses is bewust praktisch. We hebben intensief contact met leveranciers en zetten continu proeven op. Iedereen wordt daarbij betrokken, van teelt tot scouting en R&D.
Een mooi voorbeeld uit de praktijk is dat bij Nini een aantal kassen volledig biologisch is ingericht. “Dan kijk je waar je tegenaan loopt,” legt Philippe uit. “En vanuit daar ga je oplossingen zoeken. Dat levert enorm veel kennis op.”
Ook rassenkeuze speelt een belangrijke rol. We werken nauw samen met veredelaars en zijn continu op zoek naar sterkere, meer resistente rassen. Minder resistente rassen worden eerder vervangen. Daarnaast zijn veredelaars actief op locatie aanwezig en beschikken we over een eigen R&D-afdeling die zich richt op rassenontwikkeling en het vinden van alternatieven voor chemie.
De resultaten zijn zichtbaar. “Vorig jaar hebben we opnieuw 25 procent minder chemie gebruikt,” vertelt Philippe. De middelen die nog worden ingezet zijn legaal, voldoen aan de FSI-richtlijnen, zijn in de EU toegelaten en vallen vrijwel allemaal binnen de zogenoemde groene klasse.
De rol van scouts
Een onmisbare schakel in dit proces zijn de scouts. Zij controleren alle kassen twee keer per week en brengen de volledige teelt in beeld. “Op basis daarvan bepalen we wekelijks onze strategie voor gewasbescherming,” legt Philippe uit. Daarnaast stellen we jaardoelstellingen op die we regelmatig evalueren en waar nodig bijsturen.
Bij Nini werken ongeveer 35 scouts op een oppervlakte van 60 hectare. In Ethiopië zijn dat er zo’n 25 op 40 hectare. Zonder deze continue monitoring zouden we deze stappen niet kunnen zetten.
Waarom 2030 een realistisch doel is
Dat Philippe gelooft dat we in 2027 bijna volledig chemievrij kunnen telen en in 2030 helemaal, is gebaseerd op ervaring én resultaat. Door de snelle ontwikkeling van biologische middelen én de beschikbaarheid van steeds meer resistente rassen wordt dit doel steeds realistischer. Ook binnen de sector groeit het besef dat het anders moet en kan. “Als bedrijf vinden we dit ontzettend belangrijk, besluit Philippe. “We kunnen aantonen dat we vooruitgang boeken. In combinatie met sterkere rassen en steeds betere biologische oplossingen is 2030 voor ons een realistisch doel.
Met deze aanpak werken we elke dag in de kas verder aan een teelt die steeds zorgvuldiger en toekomstbestendiger wordt.